Wat zijn contextuele factoren, alarmsignalen of risicogroepen?
Er wordt veel gerefereerd aan ‘contextuele factoren’, ‘risicogroepen’ en ‘alarmsignalen’. Wat houden deze begrippen in en waarom zijn dit geen triagecriteria?
Het bepalen van de urgentie gebeurt op basis van triagecriteria. De urgentie kan worden aangepast op geleide van de context, alarmsignalen en risicogroepen. Deze factoren zijn bij iedere patiënt anders en daarom moet de zorgprofessional deze meenemen in iedere triage.
Wat zijn contextuele factoren?
- Duur van de klachten en het verloop
- Andere ziekten en medicijngebruik
- Communicatieproblemen of onduidelijke hulpvraag
- Geen mantelzorg
- Taalbarrière
- Melder is niet bij de patiënt aanwezig
- Weersomstandigheden
- Locatie
Wat zijn risicogroepen?
- Jonger dan drie maanden
- Verminderde weerstand, zoals transplantatiepatiënten en/of gebruik immuunsuppressie, chemotherapie
- Bepaalde chronische ziekten, zoals ziekte van Addison, diabetes, hartfalen en nierfalen
Wat zijn alarmsignalen?
- Tweede keer contact
- Hevige pijn, angst of onrust
- Snelle verslechtering van de conditie
- Niet-pluisgevoel van de zorgprofessional
Bekijk ook
Mag een leek ook met NTS werken?
Een leek mag niet werken met NTS-triagemodules voor professionals. Dat zijn geen beslisbomen die zonder gedegen vooropleiding en medische kennis...
Waarom hebben fysieke en telefonische triage soms verschillende uitkomsten?
Er kunnen meerdere redenen zijn waarom fysieke triage tot een andere urgentie of vervolgactie leidt dan telefonische triage. Een voorbeeld...
Welke ingangsklacht open ik bij klachten aan de hand, aan de voet, aan de lies of bij pijn aan de flanken?
De ingangsklacht die je kiest hangt (uiteraard) af van het toestandsbeeld. Je kunt bij veel ingangsklachten lezen wat er onder...